Judith en het hoofd van Holofernes
Met Judith I (1901) zet Gustav Klimt een Bijbels motief om in pure Weense sensualiteit. Judith, de heldin die Holofernes onthoofdt, wordt hier geen ingetogen deugdzame vrouw, maar een zelfbewuste en verleidelijke figuur. Haar halfgesloten ogen, licht geopende lippen en de subtiele kanteling van het hoofd geven het werk een geladen, bijna tastbare spanning.
De gouden achtergrond – uitgevoerd met bladgoud – laat haar lichaam als het ware oplichten uit een abstract, fonkelend vlak. Ornament en figuur vloeien in elkaar over, een kenmerk van Klimts ‘Gouden Periode’. Het contrast tussen het zachte vlees van huid en de strakke geometrische patronen maakt dit schilderij bijzonder uitdagend om als puzzel van 2000 stukjes te leggen.
Elke puzzelstuk onthult een detail: de glans van goud, de fijne lijnen rond de ogen, de schaduw die het gezicht modelleert. Terwijl het beeld langzaam ontstaat, groeit ook de spanning van het verhaal. Een puzzel die niet alleen technisch prikkelt, maar ook esthetisch fascineert – verleidelijk, mysterieus en onvergetelijk.

